‘Drumsolo’ of 35 jaar te laat naar bed

Hans Waterman (71) drumt al vanaf zijn veertiende en heeft een lange carrière achter de rug. Op vijftienjarige leeftijd begint hij in Cuby and The Blizzards te drummen en met Cuby and The Blizzards speelt hij samen met muzikanten als Van Morisson, John Mayall en Alexis Korner. Later zet hij zijn carrière voort bij Solution. Van 1983 tot 1986 werkt Waterman met onder meer Jan  Akkerman, Ad van den Berg, Herman Brood’s Wild Romance en Link Wray. Verder speelt Waterman ook diverse jaren met Dick Taylor (medeoprichter van The Rolling Stones) en Phil May in The Pretty Things. In 2009 gaat Hans Waterman bij  Left Hand Freddy spelen, de band waarin hij tot op de dag van vandaag actief is.

Begin dit jaar was Hans Waterman te gast bij de jaarlijkse Vrienden- en Vrijwilligersmiddag van het C+B Museum in Grolloo. Wouter Bessels, archivaris van het Cuby museum interviewde Waterman en in een gesprek na afloop opperde Bessels dat het hem een goed idee leek om een herdruk van het boek uit te geven. Immers het boek was twintig jaar geleden verschenen en intussen moeilijk te verkrijgen. Waterman wilde er nog wel een hoofdstukje aan toevoegen over de laatste twintig jaar, een epiloog aangevuld met diverse nieuwe kleurenfoto’s. ‘Ik sta ik nog volledig achter de tekst in het boek en hoefde daar niets aan te veranderen’, aldus Waterman.

Uitgeverij Van Gorcum stemde in met heruitgave omdat dit past in het plan om muziekbiografieën uit te gaan geven, zo verschijnen eind dit jaar nog uitgaves van The Kinks en van The Status Quo. Van de nieuwe editie van ‘Drumsolo’ zijn twee verschillende uitvoeringen verschenen; een hard cover en een soft cover. Wouter Bessels mocht het eerste boek aan Hans Waterman overhandigen en Hans zou Hans niet zijn als hij het boek niet even ging toelichten. Verder bedankte hij zijn familie, vrienden en bekenden.

‘Helaas zijn mij de laatste jaren wel enkele mensen ontvallen, waaronder de producer van Solution Gus Dudgeon en Phil May van de Pretty Things’, aldus Waterman. ‘Dat was een schok, hij was een goede vriend van mij, een uniek mens en flamboyant type. Er was laatst een documentaire op TV over de Ealing Jazz Club on The Broadway, in het westen van Londen. In deze club werd in 1963 de eerste Marshall JTM45 guitar versterker getest, waanzinnig. Daar speelden the Animals, Manfred Mann, The Pretty Things. En ook David Bowie kwam daar’.

‘Hij was een absolute fan van Phil May. Hij had het telefoonnummer van Phil in zijn agenda gezet met daarvoor God en dat zegt genoeg. Er werd wel eens denigrerend gedaan over The Pretty Things. Zo gingen ze maar door, net als de Stones. Maar die hebben al die grote wereldhits gehad, die banieren dat hadden de Stones en die hebben de Pretty Things nauwelijks gehad. Het was een unieke en verdomd goede band. Heel uniek. Zij hebben met S.F. Sorrow ook het eerste concept album gemaakt, maar die is ondergesneeuwd door The Beatles met Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967) en The Rolling Stones met Their Satanic Majesties Request (1967)’.

‘Grolloo is nog altijd de navel van de Nederlandse bluesmuziek’

‘The Pretty Things waren voortrekkers bij de Rock Opera. Later heeft Pete Townsend ze ook wel de credits gegeven en toegegeven dat het hun idee was. Toen ik bij The Pretty Things kwam waren het heren geworden met pantalons en het ruige uit de jaren ‘60 was er niet meer. Ze deden zelfs al een middagdutje tijdens de tour in Duitsland (ha ha). Je kunt natuurlijk niet zo doorgaan zoals in de jaren ‘60, dat is niet vol te houden. Ook niet met de Blizzards, dat was een anarchistische kogel die door Nederland vloog. Dat was echt belachelijk, maar ik vond het heel erg leuk en heb nog steeds veel napret’.

‘Ik ben begonnen met het schrijven van het boek na het overlijden van Wim Bieler van Q65, die heeft mij geïnspireerd, want hij wilde zelf een boek schrijven. Maar hij kon het niet en had hulp nodig. Na zijn overlijden was in één keer de agenda leeg. Ik had tijd en ben begonnen met schrijven, dat heeft een maand geduurd. Het verhaal heeft ook geen revisie nodig, het is heel compleet, het geeft een tijdsbeeld. De DDR zit erin, touren, beetje politiek, persoonlijk, ouders, achtergrond’.

‘Alle muzikanten zijn fetisjisten wat betreft hun instrument’

‘Begin nooit met een drummer over drumstellen’

‘Het is puur mijn verhaal en ik heb het geschreven zoals het zich voordeed. Ik heb ook geen voorbeelden van biografieën, wel favoriete schrijvers, zoals Reve. Ik woon dichtbij de Jozef Israëlskade waar ‘De Avonden’ zich hebben afgespeeld. Vroeger op de Mulo had ik al goede cijfers voor mijn opstellen. Eigenlijk ben ik ook veel dank verschuldigd aan Jaap van Eijk en had altijd veel lol in het schrijven voor Music Maker’.

‘Ik testte drumstellen. Alle muzikanten zijn fetisjisten wat betreft hun instrument. Begin nooit met een drummer over drumstellen, want anderhalf uur later heb je nog spijt dat je erover bent begonnen. Ik kreeg mooie complimenten van gitaristen en die vertelden mij dat ze mijn stukjes zo leuk vonden. Jaap van Eijk gaf mij de mogelijkheid om dit te doen. Ik wil ook wel een keer een roman schrijven en heb ook wel schetsen in mijn hoofd. Wie weet komt het er ooit van. Het wordt wel fictie, ‘Drumsolo’ is non-fictie’.

‘Ik heb ook wel eens gedacht iets in de journalistiek te gaan doen, bijvoorbeeld een vreselijke misdaad uitpluizen. We zien wel, tijd zat. Het liefst zou ik een science fiction boek schrijven á la Isaac Asimov, van die ‘verslindt boekjes’, maar dan moet je zoveel informatie tot je nemen, qua techniek, het moet allemaal kloppen, anders word je constant op je rug getikt van ‘dat klopt niet’. Dat zou ik heel mooi vinden, en dan met een mooi plot. Daar heb ik wel over nagedacht, maar dat geef ik nu nog niet weg’.

‘Ik speel nog een drumsolo onder het motto van Ernst Happel kein geloel’

‘Ik ga wel minder spelen in de toekomst, dat staat ook in mijn epiloog. Ik heb last van mijn gehoor gekregen. Ik heb tinnitus, een vaste muzikantenkwaal, dat wordt nooit beter en als ik niet oppas alleen maar erger, dat wil ik voorkomen. Ik ben heel erg tevreden om met Fred Reining te spelen. Dat is niet zo vaak en dat hou ik nog wel vol, maar het is ook een kwestie van angst. Tinnitus is continu een straalmotor in mijn hoofd en als ik niet oppas wordt het alleen maar harder en harder. Hier kan je echt knettergek van worden. Zo belde Ab Tamboer van Earth and Fire en het Goede Doel, hij leeft niet meer, mij vlak voor zijn dood op en zei dat hij knettergek werd van de tinnitus’.

‘Nee, wij gaan oppassen en dat mag toch na al die jaren. Ik heb nog niet alles gespeeld, dat hart klopt nog steeds. Ik drum wel twee á drie keer in de week in mijn zweethok. Ik moet altijd wel even losslaan voor een optreden, daar ga ik als een gek tekeer, alleen met Fred Reining spelen vind ik genoeg, Als er zich iets voordoet en ik vind dat te gek, ja dan …. doe ik dat gewoon’.

‘Het boek is nu trouwens ook versneld uitgebracht, omdat de mensen nog veel thuisblijven, hebben ze wat te lezen’. Na afloop (van de jaarlijkse Vrienden- en Vrijwilligersmiddag was er in het C+B Museum gelegenheid om het boek te kopen en te laten signeren. ‘Drumsolo’ is te koop in de betere boekhandel, bij uitgeverij Van Gorcum en café-restaurant Hofsteenge te Grolloo.

‘Ik ga liever terug naar de blues met mijn maten van de laatste jaren

Zoals met de band Left Hand Freddie’

‘Ik zal altijd verbonden blijven met Grolloo, ook al is het meer dan 55 jaar geleden, dat hier de Blizzards toestand zich afspeelde. Ik zat slechts twee jaar in de Blizzards, maar Grolloo is toch  de navel van de bluesmuziek gebleven. In de roaring sixties waarin de hele Britse beatgolf opkwam en langzamerhand de muziek van de blues heel populair werd, vooral in Engeland met Clapton, Mayall en het hele zootje. Beatmuziek, jazz had ik ook kunnen doen, maar ik ga toch liever terug naar de blues met mijn maten van de laatste jaren. Zoals met de band Left Hand Freddie met Berend Reining, André van der Werf en Fred Reining’.

‘Jeroen Wielaert kon vandaag niet komen helaas, hij heeft het boek geschreven over Harry Muskee, ‘The Mission’. Wij hebben een nek aan nek race gehad in OOR over het popboek van de  20e eeuw, maar hij heeft het gewonnen. Hij was ook een beetje literairder dan ik, ik ben meer een Mulo-klantje, maar ik blijf misschien beter bij de waarheid’.

‘Veel randstedelingen hebben afgezegd (was te ver rijden), maar ik herinner mij ook 1967, toen wij hier in de boerderij een persconferentie zouden houden. Ik had daarvoor nog nooit van het woord gehoord. We hadden met de presentatie van de LP van Eddy Boyd het plan opgevat om alle luie journalisten uit de randstad zover te krijgen dat ze ‘all the way’ naar Grolloo gingen. Er werd een vliegtuig gecharterd, John Mayall werd ingehuurd om dat een beetje aan de gang te krijgen en te houden en om daar wat publiciteit te scoren, want Randstedelingen vinden het gauw te ver’.

‘Dat doet mij denken aan Amerika, ik sprak daar een jongen die I’m gonna see my mother for the weekend. Ik zei woont ze ver weg en hij zei: It’s only a one day drive. Hij ging vrijdags weg, was op zaterdag pas bij zijn moeder en ging zondag terug, Dus ja, wij zijn ook niks gewend’.

Tekst & Foto’s: Henry Knegt

error: Content is protected !!