Steengoed en spijkerhard

Maar met, precies op de juiste momenten, wat soft rock elementen. Want frontman Mark Oliver Everett (kortweg E) van EELS weet precies tot hoever hij kan gaan met het afvuren van geluidssalvo’s op de volgepakte Grote Zaal van Paradiso. Je realiseert je heel goed dat het allemaal tot in de puntjes is voorbereid en dat het als een grote puzzel van 27 nummers precies in elkaar past. En toch blijft het fascineren, de praatjes tussendoor van E bij de aankondiging van een nummer of het voorstellen van de leden van zijn band. De wijze waarop oud werk in nieuwe jasjes wordt gestoken en samen met de nieuwere nummers tot een geheel wordt gesmeed. Goed dat Eels na vier jaar weer terug is op de concertpodia.

Eels als rockband

Zelfs voor degenen die de band volgen is het vaak een verrassing welke vorm E nu weer kiest voor de live uitvoeringen van zijn songs. We zagen de man eerder aan het werk samen met strijkers, met blazers, als een soort 4-persoons salonorkest in het Concertgebouw, als rockband gekleed in Adidas trainingspakken en als een duo in de ‘rode doos’ in Utrecht. Soms was het zacht en vriendelijk, dan weer confronterend hard. Vanavond – we staan tenslotte in een poppodium – de harde aanpak. Drie in zwart overhemd en zwarte broek gestoken mannen op de achtergrond – The Chet op leadgitaar, Big Al op basgitaar, Little Joe op drums – en E gekleed in spijkerbroek en spijkerjasje op zijn eigen eilandje op de voorgrond. Eels als rockband dus.

That 1 Guy en zijn Magic Pipe

Net zo verrassend als het optreden van de band zelf is bij Eels in de regel het voorprogramma. Vandaag een one-man-band in de vorm van Mike Silverman, ofwel That 1 Guy samen met zijn Magic Pipe. Een zelfontwikkeld, metalen muziekinstrument voorzien van snaren en een berg elektronica, waarvan de vorm doet denken aan een kruising tussen een ouderwetse tandartsboor en een moderne tillift. Het geheel wordt door Mike bespeeld met alle vier zijn handen en voeten.

Zijn levensvisie? De mens is op zijn best als hij of zij wordt uitgedaagd of klemgezet. Van nature zijn we jagers en verzamelaars en creativiteit is daarbij vreselijk belangrijk, ook als we niet meer dagelijks met een speer ons eigen voedsel moeten zien te verschalken. Voor That 1 Guy was basspelen in een jazzorkest niet langer een uitdaging en dus ontwierp en bouwde hij zijn eigen Magic Pipe.

The moon is disgusting

Met zijn dubbele hoed en woeste baard mag That 1 Guy er dan uitzien als een soort Catweazle avant la lettre – zelf zegt hij deze image van weirdo niet bewust gekozen te hebben gekozen, maar dat het wel een rol is die hij inmiddels koestert – zijn muziek is wel degelijk serieus, al doen de titels van zijn songs dit niet altijd vermoeden. Wat te denken van The Moon Is Disgusting (it’s made of cheese) van zijn gelijknamige album uit 2007, Infinite Depths at the Bottom of the Sea en Whale Race van het album Poseidon’s Deep Water Adventure Friends (2014) en Packs A Wallop van het album met dezelfde titel uit 2010. Het swingt, het klinkt als een volledige band en het is onderhoudend. Kortom een prima opener voor de hoofdmaaltijd van vandaag, Eels.

Hard en soft rock

De opening van het optreden van Eels is hard en indrukwekkend. Een cover The Who (Out In The Streets) en een cover van Prince (Rasperry Beret), gevolgd door drie eigen nummers: Bone Dry van het recent uitgebracht The Deconstruction album, Flyswater dat is te vinden op Daisies Of The Galaxy (2000) en Dog Faced Boy van het album Souljacker (2001). Vijf nummers in net vijftien minuten, hard en ‘in your face’. En dus voor E tijd om even gas terug te nemen.

Voor een welkomstwoord, voor wat herinneringen aan al die eerdere shows in Paradiso, voor de introductie van de zachtere kant van de ‘bad ass rockers’ achter hem. ‘Zijn jullie klaar voor wat soft rock, Amsterdam?’ Natuurlijk is men er klaar voor; even op adem komen met From Which I Came / A Magic World, Dirty Girl en het prachtige In The Yard, Behind The Church van het album Blinking Lights And Other Revalations uit 2005, waarbij vooral The Chet schittert op gitaar.

Greatest hits in nieuwe jasjes

Ach, eigenlijk is het gewoon een greatest hits show van Eels, deze tour. De vier nummers van het nieuwe album, keurig verdeeld over de reguliere set, vallen niet echt op tussen het oudere werk en moeten misschien nog even landen. Wat wel opvalt is de gretigheid waarmee alles wordt gespeeld en de nieuwe (lees: hardere, snellere) uitvoering van de vele Eels-klassiekers. I like Birds van het Daisies Of The Galaxy album?

Op het album een vriendelijk, vrolijk tuinfluitertje; vanavond een agressieve roofvogel. Novocaine For The Soul van het album Beautiful Freak uit 1996? Hard, meedogenloos, voorzien van een intro dat het nummer bijna onherkenbaar maakt. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld My Beloved Monster ook van het Beautiful Freaks album. De nummers zijn bekend, de uitvoering blijft spannend.   

Eels in topvorm

Tijd voor de toegift. Eerst een prachtige uitvoering van het Prince-nummer When You Were Mine, door E opgedragen aan de geest van dit idool die altijd nog ergens in Paradiso rond moet zweven. Daarna, als de bandleden eerst tevergeefs met een venijnig belletje en daarna luidruchtig met een toeter zijn teruggeroepen naar het podium – die bad-ass rockers laten zich achter het podium waarschijnlijk verwennen door wat rock-chicks of zijn al onderweg naar de Wallen – volgen Mr. E’s Beautiful Blues, gevolgd door Fresh Blood en de Brian Wilson cover Love And Mercy, dat naadloos overgaat in de combinatie Blinking Lights (for You) / Wonderful, Glorious. En dan, na 27 songs in bijna twee uur is het voorbij. Een avond Eels in topvorm.

Tekst en foto’s: Herman Sixma  

error: Content is protected !!