In gesprek met Ruud Weber en Fokke de Jong

Onlangs waren de mannen van de Nederlandse bluesband King of the World terug waar het allemaal begon, Café De Amer in Amen. Hier gaven ze ooit hun eerste concert en nu zijn ze hier terug voor twee optredens op één dag ten overstaan van vele fans die van heinde en ver naar Café De Amer zijn gekomen. Voor ons biedt dit een mooie gelegenheid in gesprek te gaan met bassist Ruud Weber en drummer Fokke de Jong.

Voor de meest recente plaat ‘Cincinnati’ zijn jullie naar Amerika gegaan om samen met producer Erwin Musper dit album op te nemen. Hoe kwamen jullie met hem in contact?

Ruud: “Fokke heeft vroeger al eens samengewerkt met Erwin Musper en had goede ervaringen met hem. Dit was in de tijd dat hij nog in Normaal speelde. Wij hebben Erwin enkele tapes gestuurd en hij was meteen razend enthousiast. Er lagen verschillende opties. Erwin kon naar Nederland komen om het album in de Hilversumse Wisseloord studio’s op te nemen en wij konden ook naar zijn Bamboo Room Studio’s in Cincinnati komen. Het leek ons wel een goed idee om het daar te doen. We zijn daar met zijn allen naar toe gevlogen en hebben in zijn studio dertien nummers in tien dagen opgenomen. Ik heb daar trouwens alleen maar de studio en de hotelkamer gezien. We zijn daarna weer meteen naar huis vertrokken. Alleen Fokke is gebleven om wat van de stad te zien.”

Hoe is het je bevallen als je hier op terug kijkt?

“Heel goed, ik heb daar veel geleerd van Erwin. Hij is echt goed en probeert je iedere keer weer beter te maken. We hebben het album opgenomen in zijn oude studio. Hij had de studio wel al verkocht maar mag daar af en toe nog wel een album opnemen met een band. Dat kost hem verder niets. Erwin woont nu in Ecuador om daar te rentenieren. Hij woont daar heel mooi aan het strand, maar kon het natuurlijk weer niet laten en heeft daar ook een studio gebouwd.”

‘Ik heb gekozen voor een 5-snarige bas omdat die beter klinkt

En ik leer nog steeds op deze bas’

Je hebt onlangs een nieuwe vijf-snarige bas gekocht. Waarom?

“Ik werkte vroeger in een muziekwinkel en heb daar op veel bassen gespeeld. Zo kwam ik ook bij de bas van het merk VS en ik wilde altijd al zo’n bas maar daarvoor moest ik naar Beieren. Gelukkig traden we daar een paar maanden geleden op en toen zag ik mijn kans schoon om op een vrije dag naar die muziekshop te gaan. Ze hadden daar wel vijftig bassen van dat merk en ik heb de hele dag alle bassen uitgeprobeerd. Uiteindelijk had ik een 4-snarige en een 5-snarige bas maar ik heb toch gekozen voor de 5-snarige bas omdat die beter klonk. Dit was trouwens wel een rib uit mijn lijf.”

Fokke: “Wij zijn die dag met de rest van de band gaan wandelen in de bergen. Aan het eind van de dag kwam Ruud terug met de auto met een big smile op zijn gezicht en toen wisten wij, hij is geslaagd.”

Ruud: “Ik leer nog steeds op deze bas. Deze bas heeft zoveel mogelijkheden. Er komen perfecte tonen uit en ik ben er super blij mee.”

En jij Fokke, jij bent toch ook overgestapt naar een ander drumstel?

Fokke: “Dat klopt, ik ben een aantal jaren geleden overgestapt naar een ander drummerk. Ik zat eerst bij Ludwig en nu heb ik DS drum. Kijk, af en toe wordt ik wel eens gevraagd of ik een nieuw drumstel wil proberen en dat wil ik altijd wel. Dit drumstel beviel mij zeer goed en ze hebben ‘m voor mij op maat gemaakt. Maar als ik wil kan altijd terug naar Ludwig, zo vertelden ze mij.”

Jullie zijn nu ongeveer vijf jaar bezig en brachten 4 albums en een dvd uit. Wat zijn jullie verdere plannen?

Ruud:We hebben elk jaar een plaat uitgebracht en zitten nu in het 5e jaar. We denken na over wat we dit jaar nog zouden kunnen gaan doen. Hier zijn we nog niet helemaal over uit. Misschien gaan we weer een nieuw album schrijven.”

Fokke:We zijn ons nu ook aan het richten op het buitenland en dan met name Duitsland. Onze platen zijn daar uitgebracht en we hebben er diverse malen gespeeld. We zien dat de mensen daar na afloop van de concerten gewoon de hele reeks albums kopen. Ook als ze ons totaal niet kennen. Als het concert bevalt kopen ze de cd’s.”

Ruud: “We zijn de afgelopen maanden naar Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Tsjechië geweest. Daar zit veel energie en tijd in voor ons. Dat geldt ook voor het schrijven en de studio in gaan. Wij spelen zo’n beetje elk weekend en dan moet je ook wel een planning maken, wat gaan we doen. Wij richten ons nu op Duitsland om de band daar op de kaart te zetten. Nederland draait goed en als je Duitsland er ook bij kan doen heb je een groot territorium om te spelen. Daar zijn we nu dus druk mee bezig. En over het volgende project zijn wij aan het brainstormen. Wat vinden wij leuk om te doen. Wij hebben in Duitsland ook een boekingskantoor, KBN in Hamburg. Zij regelen diverse shows voor ons en zijn erg enthousiast.”

‘In Duitsland hebben ze ook geen last van de ‘Dutch Disease’

En ik vind dat wel prettig’

Hoe zijn de reacties in Duitsland?

Ruud: “Duitsers zijn ongelofelijke muziekliefhebbers en zeer fanatiek. Er zijn 80 miljoen Duitsers en de bluesscène is daar veel groter dan in Nederland. Als ze fan zijn, zijn ze fan voor het leven. Het publiek dat daar naar onze concerten komt is razend enthousiast. Het is zo’n grote markt en nogmaals, het zijn echte liefhebbers. Men applaudiseert daar ook flink voor onze solo’s.”

Fokke: “Ze hebben ook geen last van de ‘Dutch Disease’ zoals ze dat noemen, het door een optreden heen praten. Ik vind dat wel prettig.”

Ruud: “Ze zitten ook vaak op stoelen en gaan er gründlich voor zitten. En ze weten alles over de band. Dat hebben ze allemaal uitgezocht.”

Spreken jullie goed Duits?

Ruud: “Dat gaat wel redelijk, maar in het zuiden van Duitsland is het wel lastig. Of eigenlijk kansloos. Maar hier in Zeeland kunnen ze er ook wat van.”

In het verleden had jij toch een probleem met je gehoor? Hoe gaat dat nu?

Ruud: “Ja, klopt, Tinnitus. Dat heb ik al twintig jaar. Je hebt dan ruis en een pieptoon in je oren. Veel muzikanten hebben er last van, maar ook het publiek. Ik heb vroeger gewoon teveel gespeeld en op een gegeven moment ging die pieptoon niet meer weg. Ik was toen 30 en ben meteen gestopt. Ik dacht, dit is het dan. Maar dat hield ik niet vol en ben langzaam weer begonnen. Ik ben toen eerst akoestische dingen gaan doen en heb wat oordoppen getest en uitgeprobeerd. Langzamerhand ging ik steeds meer doen, eerst alleen een beetje bassen in de band en daarna ook weer zingen. Op een gegeven moment deed ik alles weer en was ik weer muzikant. Ik heb wel altijd gehoorbescherming in. Tegenwoordig is dat veel normaler, als je vroeger oordopjes gebruikte was je een mietje. Maar vandaag de dag heeft iedereen oordopjes in, ook het publiek.”

Fokke: “Ik niet!”

Ruud: “Je krijgt tegenwoordig bij poppodia ook oordopjes om je oren te beschermen. Ik draag nu twintig jaar oordoppen en dat bevalt prima. Ik ben er aan gewend geraakt. En gelukkig, so far so good. Ik hoop dat het goed blijft, anders heb ik een groot probleem.”

Fokke: “Dit valt mee hoor, er zijn ook componisten geweest die mooie stukken schreven terwijl ze doof waren!”

Heb jij trouwens altijd blues gespeeld? Hiervoor had je toch ook een eigen band?

Ruud: “Klopt, maar het is afhankelijk met wie je speelt, het is wel altijd roots. Op mijn 18e ben ik begonnen bij Barry McCabe’s Albatross. Zo ben ik ook de bluesrock ingerold en eigenlijk is dat nooit veranderd. Dat is de muziek die ik wil spelen. Het is niet alleen blues maar ook roots. Het is heel breed, met roots als basis.”

Word je niet depri van de teksten?

Ruud: “Oh nee, zeker niet. Niet alle teksten zijn depri, er zitten ook vrolijke dingen tussen. Blues in niet alleen maar down, vrolijkheid hoort er ook bij.”

Fokke: “Dat is het mooie ervan. Ik sprak hier zojuist nog mensen waaronder een vrouw die mij ooit heeft geïnterviewd, zij zei: “Ik ben nu wel meegegaan maar eigenlijk hou ik helemaal niet van de blues, ik heb hier helemaal niets mee”. Maar ze vond het concert wel te gek. Je hoort wel vaker ‘Is dit ook blues? Dit vinden we wel te gek’.  Het is dus maar net hoe je de blues speelt.” 

Ruud: “Er zijn natuurlijk ook slechte bluesbands. Dat heb je in ieder genre. Zo’n band zet slow-blues achter elkaar en dat allemaal in dezelfde toonsoort. Daar wordt je dus niet vrolijk van. Soms associëren mensen dat met blues. Dat bedoelde die vrouw dus ook. Blues is gewoon volksmuziek. Op vrijdag en zaterdag was het gewoon feest in de juke-joints en er werd gedanst en gefeest. Ze shuffelden zich de tering. Te gek man.”

‘Met The Royal Edition maken we ook gebruik van blazers

Die zijn ook te horen op onze laatste plaat’

Jullie treden ook wel eens op met de naam KOTW XL.

Ruud: “Ja, The Royal Edition. Die komt bij Ribs en Blues in Raalte en De Oosterpoort in Groningen. Daar kan je drie blazers verwachten.”

Fokke: “En te gekke sexy blazers. Die hebben we ook gebruikt op onze laatste plaat ‘Cincinnati’. Ik vind het leuk als zij meedoen, heel inspirerend.”

Ruud: “Een aantal keren hebben we Jan Akkerman er ook bij gehaald. Hij heeft al diverse keren meegespeeld, onder andere in de dierentuin in Emmen en op ‘Groningen Swingt’. Die blazers spelen ook mee op nummers van onze eerste lp’s, bij die nummers hebben we nieuwe arrangementen gemaakt. Echt te gek, daar worden de nummers erg vet van. Eén van die jongens heeft de blaasarrangementen geschreven voor de nieuwe plaat en de Amerikanen hebben het ingespeeld. Maar een Nederlander, Bert Pfeiffer, heeft het verder gearrangeerd. Als wij arrangementen nodig hebben, doet Bert dat.”

Fokke: “Die jongens hebben ook met Cuby gespeeld, echt te gekke gasten. Het klinkt heel goed en origineel.”

Hoe hou je jouw stem in vorm voor de optredens?

Ruud: “Ik warm wel op en zing een beetje in. De spieren moeten een beetje los komen. Als je vermoeid bent slaat dat vaak op je stem. Wat naast een beetje inzingen ook helpt, is rek-oefeningen doen en sporten om een beetje conditie op te bouwen. Je moet het wel onderhouden, in training blijven en regelmatig zingen. Dat soort dingetjes dus, niet heel erg overdreven.”

Was je verrast dat je hier vandaag in Café De Amer de Dutch Blues Award voor beste bassist kreeg uitgereikt?

Ruud: “Ik wist dat het hier zou gebeuren, dat hadden ze enkele weken geleden al bekend gemaakt. Vroeger deden ze alle uitreikingen op één avond en de vorige keer was dit in Nieuw-Vennep. Maar dit jaar hebben ze besloten om de prijzen gefaseerd uit te reiken. Een paar weken geleden werd de bassist al aangekondigd. Ik mocht zelf een show kiezen waar ze de prijs uit zouden reiken en dat werd De Amer. Hoewel ik wist dat het zou komen, was ik wel verrast dat ik ‘m kreeg.”

Ruud Weber (King of the World)

Jullie vallen wel vaker in de prijzen.

Ruud: “Ik heb hem nu drie keer gehad, Fokke een keer en de band ook. In 2013 hebben we zelfs alle categorieën gewonnen. Dat was bijna gênant. Maar sorry, dat kunnen wij ook niet helpen.”

Hebben jullie verder nog projecten lopen?

Fokke: “Qua muziek alleen KOTW. Vroeger deed ik er nog wel wat dingetjes bij. Toen ik in Normaal zat speelden we op het laatst niet zoveel meer en dan moet je wat. Ik moet er wel van leven. Met Roel Spanjers deed ik toen nog wel wat dingen.”

Op dat moment onderbreekt KOTW toetsenist Govert van de Kolm het gesprek met: “Wil je nog dat ik vanavond mee speel?”

Fokke: “Ha ha. Het enige wat ik nog wel doe is wel eens optreden met Ruud Weber en Raymond ‘Guitar Ray’ Nijenhuis, dat is ‘a lot of fun’. Lekkere blues. We repeteren trouwens nooit.”

Govert van de Kolm: “Wat nou!? Dit komt niet in het interview omdat het over KOTW moet gaan.”

Ruud:Raymond is een fantastische gitarist. We komen bij elkaar en spelen wat. Dat gaat allemaal heel vlot. We doen ook weer 3-stemmig zingen, iets wat we hier ook met KOTW doen. Eigenlijk hebben we hier weinig tijd voor omdat we veel te druk zijn met KOTW. Maar dat willen we ook, iedereen geeft hier zijn prioriteit aan. Alles wijkt hier voor.”

Fokke: “Dat hebben wij in het begin zo afgesproken, anders kun je niets van de band maken. Gewoon voor 100% gaan en de rest is bijzaak.”

Vandaag spelen jullie twee keer. Kan dat wel?

Fokke: “Dat is juist prima. We spelen hier twee keer en hebben maar één keer de onkosten. Alles staat klaar en is goed afgesteld. Maar het is wel apart om twee keer te spelen. Je moet nu twee keer pieken, maar er is genoeg tijd om uit te rusten. We hebben hier ons eerste try-out gegeven en komen hier dus graag. Zij hebben ons de kans gegeven. Harry is een achterneef van mij, dus dat was makkelijk te regelen. Hier spelen is dan ook een beetje handjeklap en in Café De Amer is het altijd uitverkocht en beregezellig. Deze shows waren een jaar geleden al uitverkocht en er stonden wel 150 mensen op de wachtlijst. Dat is toch geweldig!”

Tekst : Henry Knegt

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

error: Content is protected !!