Americana en Roots in het Amsterdamse Bos: Once in A Blue Moon Festival

Americana is populair in Nederland. We kennen onder meer het Ramblin’Roots Festival (Utrecht, Oktober), Rotterdam Bluegrass Festival (Juni) en het Take Root Festival (Groningen, November), naast nog een handvol kleinere festivals. Sinds vorig jaar heeft Amsterdam haar eigen ‘little America’ in het Amsterdamse Bos. Na een eerste succesvolle versie wordt dit jaar met een veelbelovende programmering een vervolg gegeven.

Als de poorten van het festivalterrein open gaan is het kwik al de dertig graden lijn gepasseerd. Het is te warm voor cowboy laarzen en breedgerande hoeden, maar mooi weer voor een relaxed festival. Laat het feest beginnen!

Eriksson Delcroix

Aan het echtpaar Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix (België) de eer om het tweede Once in A Blue Moon Festival te openen op het Lagunitas veldje. En dat is meteen een goede keuze. De Belgen weten sfeer te maken op het snel vollopende veldje met afwisselende stijlen van traditionele country tot Louisiana swamp en bluegrass.  Eriksson Delcroix neemt ons bij de hand en leidt ons het festival binnen en pa Eriksson begeleidt dit op harmonica, gitaar, banjo en alles wat hij maar in handen kan krijgen. We zijn begonnen, de toon is gezet en die is goed.

Dylan LeBlanc

Op de Blue Moon Stage (hoofdpodium) opent de uit Louisiana afkomstige Dylan LeBlanc met zijn begeleidingsband The Pollies. Met band speelt LeBlanc zijn songs een stuk steviger dan we gewend zijn van zijn CD’s – en dat bevalt prima. De klik tussen LeBlanc en Pollies gitarist Jay Burgess is ook direct voelbaar en uit zich af en toe in tegen elkaar opgaande gitaar battles. LeBlanc weet zijn songs de ene keer op te voeren richting een psychedelisch orgasme, om daarna weer terug te grijpen op een gevoelig nummer. Hij maakt veel indruk.

Robert Ellis

In de Sugar Mountain tent is Robert Ellis, die vandaag John Moreland vervangt, een paar minuten voor zijn optreden nog op zoek naar een stoel voor achter zijn piano. Presentator Robbert Tilli heeft gelukkig nog een krukje staan – Ellis en Tilli zijn meteen goede vrienden.

De Texas Piano Man speelt vandaag solo, waarbij hij zijn piano afwisselt met gitaar. Na zijn opening met “I am Fucking Crazy” waarschuwt Ellis dat hij regelmatig zal vloeken, het woord drugs vaak langs zal komen en dat hij battles met zichzelf op piano zeker niet zal schuwen. Kinderen moeten af en toe de oren dicht houden en de volwassenen kunnen rustig genieten, want het wordt toch vooral knus en sfeervol.

Het terrein is inmiddels volgelopen. Er is voldoende schaduw omdat twee podiums in grote tenten zijn opgebouwd. Daarnaast staan midden op het terrein, tussen de twee tenten, enkele sfeervolle overkappingen. Het Lagunitas veldje ligt iets verderop tussen de bomen. Over de indeling is goed nagedacht. In de tenten wordt om en om gespeeld en op het midden terrein zijn beide podia goed te beluisteren. Op het Lagunitas veldje loopt de programmering gelijk met de Sugar Mountain Stage, maar voor wie beide bands wil zien: het is maar een paar minuten lopen.

Gregory Alan Isakov

De voor mij nog onbekende Isakov maakt vanaf de eerste noten indruk. De vijfkoppige band, met onder meer contrabas en viool, doet mij in eerste instantie denken aan Ray LaMontagne. De oorspronkelijk Zuid Afrikaan Isakov heeft het volle geluid en perfectionisme van LaMontagne, maar zet duidelijk een stuk stevigere songs neer. Liedjes als Big Black Car en If I Go, I’m Going worden door het publiek gemakkelijk opgepikt. Degelijk, stevig en toch intiem; groot en klein tegelijk. Voor mij een ontdekking.

Ruston Kelly

Op het Sugar Mountain podium staat Ruston Kelly met zijn band klaar voor de volgende set. Kelly opent met een paar country songs als Cover my Tracks en Hurricane in my Head, maar heeft moeite om de stemming erin te krijgen. Het lijkt alsof hij met zijn gedachten al bij het avondprogramma in hartje Amsterdam is. 

Ik besluit om snel even een kijkje te nemen op het Lagunitas veldje, waar Stef Kamil Carlens met zijn band gelijktijdig spelen. De ex-dEUS bassist en Zita Swoon zanger brengt samen met zijn band een meer poppy geluid. Een leuke afwisseling. 

Met name bij het Lagunitas veldje is het randprogramma erop gericht om een echte Amerikaanse sfeer neer te zetten. Het idee is mooi, maar het festival moet nog iets groeien om de bezoekers voldoende lang tussen de merchandising te laten verblijven. Helaas moet je wel lang in de rij staan voor eten of drinken. Het bedienend personeel, super vriendelijk overigens, heeft nog niet de efficiency gevonden om lang wachten in de brandende zon te voorkomen. Volgend jaar beter. Wat wel een goed initiatief is: het statiegeld op bekers. Je beker moet je weer inwisselen, anders betaal je een halve munt extra. Het is even wennen, maar het resultaat is verbluffend: het hele terrein blijft brandschoon. Het eerste festival waar ik niet bovenop een stapel bekers voor het podium sta.

Duff McKagan Ft. Shooter Jennings

Op het hoofdpodium beginnen inmiddels Southern rocker Shooter Jennings (zoon van Waylon) en ‘punk‘ rocker Duff McKagan (Guns n‘ Roses, Velvet Revolver). Zij vormen een bijzondere combinatie en op papier de ideale mix voor echte ‘outlaw’ country.

Het wordt een mix van rock en country, met enkele Guns n’ Roses covers, maar op het podium mist de chemie. Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met doorgewinterde professionals die een show opvoeren. Het OIABM publiek houd je niet voor de gek; de tent is al snel voor de helft leeg.

Michelle David & the Gospel Sessions

De Amerikaanse Michelle David speelt een thuiswedstrijd, want ze woont al lange tijd in Amsterdam. Samen met Paul Willemsen en Onno Smit (beide Lefties Soul Connection) toeren ze met een band, inclusief blazers, en maken op Excelsior label platen met opwindende soul muziek. En opwindend is het vanaf de eerste minuut. De band, met Willemsen en Smit op gitaar voorop, zet de toon. Als Michelle David een paar minuten later het podium opkomt breekt, om in gospel termen te blijven, de hemel open. Wat een stem, wat een band! 

Israel Nash

Een jaar of zes geleden leerden we hem kennen als Israel Nash Gripka en sinds die tijd komt hij regelmatig naar Nederland terug. Van zijn naam is inmiddels Gripka afgevallen en Israel heeft zich verder ontwikkeld tot een forse countryrocker met een hippiehart. “Hij heeft een zonnebril opgezet, een shirt zonder mouwen aangetrokken en heeft zijn muziek met zijn image veranderd,” zegt een kenner. Mij bevalt die verandering wel. Met Eric Swanson op pedal steel klinkt er een prima stevige sound.

The Waterboys

Het is al 30-35 jaar geleden dat Mike Scott met kompanen Thistlethwaite, Wallinger en Wilkinson grote successen vierden met The Waterboys. Scott toert nog steeds en heeft dan onder meer Steve Wickham op viool bij zich. De set wordt geopend met een a-capella cover van Hank Williams: Honky Tonkin.  In de set wordt oud werk als When Ye Go Away en Fisherman’s Blues evenwichtig afgewisseld met songs van de afgelopen Jaren.

Aan Stones cover Dead Flowers, geeft Scott nog een kleine eigen draai: “fiddle and a tune” in plaats van “needle and a spoon”. The Waterboys passen op dit festival, vooral met de klassiekers Medicine Bow en The Whole of the Moon.

Tyler Childers

Als Tyler Childers zijn set begint, is duidelijk dat hij op de meeste hardcore fans mag rekenen. Openers House Fire en Country Squire worden vooraan in het publiek luidkeels meegezongen. Zijn traditionele country is aanstekelijk en roept herinneringen op aan oude helden als Haggard, Jennings en Gram Parsons. Covers aan het eind van de set van Kenny Rogers’ Tulsa Turnaround en Charlie Daniels’ Trudy passen dan ook naadloos.

The Grand East

Met een optreden van the Grand East heb je twee zekerheden: zanger Arthur Akkermans wil het podium afbreken en het is ook zeker dat hem dat gaat lukken. Op OIABM is het niet anders. Ik heb maar even de tijd om te gaan kijken en zie Akkermans al in een podiumpaal hangen en over speakers springen. En als een dame de veroorzaakte schade moet komen herstellen, spring hij er nog als een dolle stier omheen. De muziek van the Grand East is aanstekelijk, de capriolen maker er ook nog een leuk schouwspel van. Ideaal voor een festival.

Eels

Wat is EELS goed! Met Who cover Out in the Street en Prince’s Raspberry Beret, laat E gelijk zien wie hij is en wat we kunnen verwachten. Zijn typische houding, een portie humor, de aparte sound en vaak bijzondere uitvoeringen van zijn eigen nummers, garanderen een al goede show. En EELS heeft er zin. Natuurlijk kent iedereen My Beloved Monster en Novocane for the Soul, maar ook al het andere werk, bekend of minder bekend, vallen goed. Ik heb weinig notities gemaakt, ik heb alleen maar gefascineerd geluisterd. Voor mij de beste act van dit festival.

De zon is inmiddels ondergegaan en lampjes versieren het festivalterrein. OIABM op zijn mooist. De sfeer is relaxed, mensen hangen op stoeltjes of liggen op het gras en luisteren naar de laatste klanken van EELS (Beatles cover The End).

Courtney Barnett

EELS was al op het randje, Courtney Barnett is zeker een vreemde eend in de bijt. Indierock op een Americana festival. Ach, waarom niet, het is zeker een prettige afwisseling. Ondersteund door bas en drums, heeft Barnett de leiding op het podium en neemt ze ook alle ruimte in. In contrast met haar typische monotone zang raast ze schijnbaar ongecontroleerd over het podium en geselt ze (linkshandig) de gitaarsnaren. Barnett heeft inmiddels voldoende repertoire om uit te putten – ze speelt niets van haar samenwerking met Kurt Ville, maar dat wordt ook niet gemist.

Next of Kin

Toch nog heel even langs het Lagunitas veldje, want daar spelt Next of Kin, een gelegenheidsband met leden van the Dawn Brothers en DeWolff, aangevuld met onder meer Merel Sophie. Tim Knol is dit keer niet van de partij, maar die had waarschijnlijk niet meer op het podium gepast. Ik tel gauw veertien muzikanten op het kleinste podium van het festival. Een heerlijke afsluiter, het enthousiasme en plezier straalt van de groep af. Liefhebbers van Americana die andere liefhebbers vermaken. Zo hoort het.

Om elf uur is het festival afgelopen. Nu terug naar de parkeerplaats – dat is nog wel een dingetje, want parkeren is niet gemakkelijk bij het Amsterdamse bos. P1 is wel een half uurtje lopen. Maar wellicht heb ik het te provinciaals aangepakt, er is een buslijn opgezet en er staan voldoende taxi’s. Volgend jaar weer, dat is zeker.

Tekst en foto’s: Guido Roncken

error: Content is protected !!